|
Met een noodkreet over de toestand van het Antwerpse OCMW legde voorzitter Monica De Coninck (53), die ook schepen van Sociaal Beleid is, de vinger op de wonde van een falend immigratie- en asielbeleid. De Coninck is geen vrouw van omzwachtelde woorden: 'Iedereen die poten en oren heeft, moet werken. Dat zal mijn West-Vlaamse afkomst wel zijn.'
Door Anna Luyten / Foto Tim Dirven oen ze vijf was, stond ze op een stoel achter de cafétoog van het Volkshuis van Heist de glazen af te drogen. Ze is de oudste van vijf. Geboren in de jaren vijftig. Haar ouders baatten het volkshuis uit, nadien werd haar vader bode van de Socialistische Mutualiteit. "Hij kwam bij de mensen thuis en kende al hun problemen." Hij kon goed tangodansen. "Mijn moeder was niet zo'n danser." Hij bleef ook wel eens graag hangen op café. "Mijn vader was de plannenmaker, mijn moeder was de uitvoerder." Mijn moeder kwam uit een bourgeoismilieu. Mijn vader uit een arbeidersmilieu. Zo leerde ze wat het was, het leven. En nu." Wat Frank Vandenbroucke (sp.a) na een half jaar kluizenaarschap zegt, zegt partijgenote Monica De Coninck na bijna tien jaar in de praktijk als voorzitter van het Antwerpse OCMW. "We moeten iets doen of het zal gedaan zijn met de welvaartsstaat." Deze week nog schreef ze een opiniestuk om haar dreiging met de boycot van het spreidingsplan voor asielzoekers toe te lichten. "Een geslaagde integratie van nieuwkomers lukt alleen zolang alle sectoren de instroom van nieuwkomers kunnen dragen. Een ondoordachte instroom van asielzoekers zal alleen maar leiden tot het ontstaan van een nieuwe sociale onderklasse. Voor veel mensen zonder papieren en economische vluchtelingen draait hun verblijf in België uit op een teleurstelling. We moeten durven te zeggen dat een leven in het 'land van melk en honing' niet altijd beter is. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden." Ze vindt dat het soepele federale migratiebeleid wordt afgewenteld op de OCMW's van grote steden. "Wij ondervinden de gevolgen van de asielcrisis nu al maanden." België kampt al een tijd met een gebrek aan opvangplaatsen voor asielzoekers. Nadat er 1.300 nieuwe plaatsen bij gecreëerd werden, blijkt dat nog altijd te weinig om de instroom van asielzoekers te kunnen opvangen. De asielzoekers waarvoor geen opvang in hotels wordt gevonden, worden nu volgens een spreidingsplan doorverwezen naar de OCMW's van het hele land. "De OCMW's van andere grote steden als Brussel, Gent, Luik en Charleroi, die vorige week door staatssecretaris voor Armoedebestrijding Philippe Courard (PS) werden uitgenodigd, zeggen net als wij: materiële opvang, geen geld. De toekenning van financiële steun door OCMW's waarvoor de federale overheid nu opnieuw opteert, verhindert niet dat asielzoekers zich massaal vestigen in de steden, die dan verantwoordelijk zijn voor kinderopvang, onderwijs, sociale dienstverlening, betaalbare huisvesting en gezondheidszorg." De Coninck ging nog verder. Bij de toelichting van de Antwerpse OCMW-begroting en het schrappen van de 30 miljoen euro budgetverhoging voor de opvang van mensen die zouden geregulariseerd worden in 2010, zei ze: "Er bestaat amper een traditie van overleg met de Belgische regering. Met de Vlaamse is het al beter. We hebben 3.000 mensen op de wachtlijst staan voor een inburgerings- of taalcursus. Daarvoor is dan weer niet genoeg geld in Vlaanderen. Het resultaat is dat wij mensen een jaar lang moeten onderhouden. Ik wil daar meer overleg over. Want nu zijn wij de bezemwagen voor alle problemen." U hebt in een ver verleden zelf nog op de kabinetten van Leo Peeters en Charles Picqué gewerkt. U weet dat men de lokale besturen altijd 'de zagers' vindt. "Ik herinner mij de klaagzang als wij vanuit Brussel naar de steden gingen en te horen kregen: 'Jullie kennen de lokale situatie niet.' En wij: 'Jullie zijn zagers en het is nooit goed en weet ik veel.' Nu zit ik zelf op lokaal niveau en ik ben blij dat ik weet hoe men naar een lokaal bestuur kijkt. 'Hoezo?', zeg ik nu. 'Wij, zagen?' Men neemt maatregelen en wij voeren ze uit. Men kijkt niet naar de effecten van de beslissingen. Ministers en kabinetten moeten er meer rekening mee leren te houden. Je moet het terrein wel kennen. Er is zoveel regelgeving dat we ons niet meer kunnen bougeren. Men zegt wel dat we allemaal vrije burgers zijn, maar ik heb het gevoel dat er nooit zoveel dwang is geweest om allemaal hetzelfde te denken en te doen." Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie Philippe Courard (PS) maakte bekend dat hij een commissaris aanstelde bij de federale instantie die voor asielzoekers moet instaan, Fedasil, en riep alle grootstedelijke OCMW-bestuurders bij zich. Denkt u dat er zich een probleem stelt bij Fedasil? "Ik weet niet in welke mate het goed gemanaged wordt. Er zijn aanvankelijk heel wat discussies geweest over de aanstelling van een directeur. Ze zullen zeker te weinig middelen hebben, en te weinig capaciteit, en politieke problemen. "Maar nu men de asielzoekers niet meer kwijt kan in de Brusselse hotels moeten wij klaarstaan om ze op te vangen. En wie wordt daar rijk van? De huisjesmelkers, de mensensmokkelaars en de advocaten." De advocaten? "Ik heb bij wijze van spreken nog nooit een advocaat opgezocht voor mezelf, maar ik sta er versteld van hoeveel mensen hier bij het OCMW komen aankloppen met een advocaat aan de hand. Er zijn natuurlijk ook goede advocaten, maar er is een hele industrie ontstaan van mensen die beloven een asielaanvraag in orde te brengen via procedureslagen." Zou u meer kunnen veranderen, mocht u nog in de nationale politiek zitten? "Ik heb er van jongsaf van gedroomd om in de politiek te gaan. Het ultieme is dan natuurlijk in het parlement zetelen. Een viertal jaar geleden kwam ik als vierde opvolger door puur toeval zeven maanden lang in het federaal parlement te zitten. Ik dacht: ik ga dat even doen, om het meegemaakt te hebben, dat is de échte politiek. Ik heb daar ontdekt wat Patrick Janssen me al had voorspeld: ik heb veel meer voldoening op lokaal niveau, in een grote stad, hier kan ik veel meer dingen doen die echt tellen voor de mensen. De machtspolitiek en het politiek-strategische spel, dat ligt me niet zo goed. Ik ben er nu ook te oud voor. Er zijn veel nieuwe mensen die ambitieuzer zijn. Ik weet niet in welke mate de partij content is over wat ik gedaan heb. Maar een ding is wel zeker: ik ga de job die ik nu heb ook niet blijven doen tot ik 65 ben." Zijn de socialisten aan het veranderen? "Ik weet niet of het een bewuste keuze is. Misschien ligt het aan de crisis: dat alles op het essentiële wordt teruggebracht. Dat spreken we niet af, maar je ziet het bij alle instanties en overheden. Er is een tijd geweest dat het politieke discours vooral draaide rond ideologie en waarden, dan kwam er een periode waarin men het had over managen en goed aanpakken en uitbesteden van taken. Nu heb ik het gevoel dat er een evenwicht wordt gezocht tussen die twee: waarden en managen." U vergeet nog de periode van marketing. "En perceptie en communicatie. Ja, dat is nu anders. De maatschappij eist een duidelijke aanpak en een duidelijke visie. Het succes van Bart De Wever heeft daarmee te maken." Over communicatie gesproken: begin deze week kwam burgemeester Patrick Janssen uitleg verschaffen bij cijfers die u had verspreid over de vergroening en verkleuring van Antwerpen. "Ik ben verantwoordelijk voor de dienst Bevolking en zo houd ik de cijfers bij. Het Vlaams Belang had mij een schriftelijke vraag gesteld naar aanleiding van een tijdschriftartikel waarin ik had gezegd dat binnen tien jaar twee derde van de jongeren in Antwerpen een allochtone achtergrond heeft. In de pers heeft men dan Patrick naar zijn visie gevraagd. "Ik heb al geleerd dat ik heel veel moet herhalen opdat mensen dingen zouden begrijpen en/of aanvaarden. Ik vertel het al lang en overal, bijna in al mijn speeches komt het terug: "Over tien jaar is een derde van de Antwerpenaren ouder dan zestig jaar. Vergrijzing, zegt men. Maar het is ook 'verwitting': de groep tachtig plus is heel erg aan het stijgen. Over tien jaar is een derde jonger dan achttien jaar. Dat betekent dat we ook een vergroening krijgen van de maatschappij. Maar binnen die vergroening krijg je ook een enorme verkleuring. "Dat betekent dat er nog een derde overblijft die zowel voor de jonge generatie als voor de oudere generatie zal moeten zorgen. We moeten nu tien jaar vooruitblikken, en daarmee bezig zijn: zowel met de vergroening, verkleuring, vergrijzing als met de werkende tussengeneratie. Die laatste groep zal zeer goed voorbereid en geschoold moeten zijn om de economie te laten draaien. Anders zullen we vergrijzende groep krijgen die wel centen heeft, maar op niemand een beroep kan doen om hen te helpen. En die verkleurende, jonge groep mensen, die willen hier ook een mooi leven uitbouwen. Het zal zeer belangrijk zijn dat ze de competenties ontwikkeld hebben om te kunnen werken." Opvallend is toch dat er op die cijfers geruststellend moest worden gereageerd worden door de Antwerpse burgemeester Patrick Janssen. "Wat wij nu in Antwerpen meemaken, daarmee wordt men ook in Brussel en andere grote Belgische steden geconfronteerd. Het zijn de gevolgen van migratie en de veranderende maatschappij. Mensen worden pas geraakt door een verandering in een groep of een stad als je over die maat van een derde bent. "De volgende jaren zullen heel wat instituten zoals onderwijs, de diplomamaatschappij en plaatsen voor godsdienstbeleving opnieuw aangepast moeten worden aan de bevolking die in deze stad leeft. Het is een vergelijkbare oefening met wat er gebeurd is met de arbeiderskinderen in de jaren vijftig en zestig die nu naar de hogescholen gaan. Nu moeten we die oefening herhalen met de nieuwe populatie. "Ook de burgemeester is ervan overtuigd dat de diversiteitsproblematiek een hot item is, maar dat we de problemen vooral moeten aanpakken en er niet de hele tijd over praten. "In Antwerpen worden mensen in hun dagelijkse leven geconfronteerd met die veranderingen, en verandering brengt heel veel angst teweeg als je niet weet wat je ermee kunt doen. Vele andere gemeenten en steden in Vlaanderen ervaren dat nog niet en denken waarschijnlijk dat wij een beetje overdrijven. "Ik heb nu toch het het idee dat mensen in Antwerpen wel zeker weten dat die diversiteit niet meer kan verdwijnen. Stop met te zeggen 'ze moeten hier weg'. Ze zijn hier en ze blijven hier. De uitdaging voor de toekomst is hoe je daarmee omgaat. En vooral: hoe vinden we een aantal gemeenschappelijke waarden waarvan we vinden dat iedereen ze moet respecteren?" Moet u in Antwerpen soms de rol spelen van de scherpsteller van het beeld? "Ik heb naar verluidt een zekere parler vrai. Het is een evenwicht zoeken tussen eerlijk zijn en zeer sociaal zijn. Ik wil iedereen helpen. Het OCMW van Antwerpen heeft de laatste tien jaar met zijn activeringsbeleid zeer veel mensen opgeleid en aan een job geholpen. Dertien procent van de werknemers van het OCMW heeft een allochtone achtergrond. We scoren daar als een van de beste overheidsbedrijven van het hele land. Ik ben graag consequent. Als je zegt: we houden een regularisatieronde, want wij vinden dat een aantal mensen die hier al lang zijn het recht hebben om hier te blijven, ondertussen zijn de kinderen op school. daar kan ik inkomen. Maar als je A zegt, moet je ook B zeggen. Als je zegt dat ze kunnen blijven, moet je alles in het werk stellen dat die mensen binnen de twee jaar de basiscompetenties hebben om in deze maatschappij naar behoren te functioneren. "We zijn daar al tien jaar mee bezig: taalles, attitude-ondersteuning, op tijd leren te komen, zich verzorgen, zich aanpassen, volhouden, opleiding, sociale tewerkstelling, eventueel een vaste job. Ik kan daar ontroerende verhalen over vertellen. Wat mij erg stoort, is dat men zegt: 'Je mag hier blijven, maar voor de rest trek je je plan.' Dat 'trek uw plan' heeft als gevolg dat je lotgenoten opzoekt. En waar zitten die lotgenoten? In gemeenschappen in grote steden, want daar heb je nog een vorm van solidariteit. Dat wil zeggen dat wij een aantrekkingspool zijn. Wij, dan bedoel ik Antwerpen. Wij eisen van mensen dat ze Nederlands kennen voor een sociale woning, en dat ze een job willen, dat zijn basisvoorwaarden. Maar als ik tegen hen moet zeggen dat ze een jaar moeten wachten vooraleer ze aan de cursus Nederlands kunnen beginnen, dan verplicht je het OCMW om die mensen een jaar steun te geven zonder voorwaarden." Men hoort dezer dagen wel eens fluisteren: Monica De Coninck is de rechterflank van de socialisten. "Ik weet het, ik voel het en ik vind het zeer erg dat dat gezegd wordt. Ik ben sociaal, ik wil mensen sterker maken, maar ik wil ze niet betuttelen. Mocht de OCMW-raad bevolkt worden door arbeiders, dan zou men nog veel strenger zijn, dan zou de parler vrai nog groter zijn. Mijn grote bekommernis is deze: mijn generatie en de generatie voor mij hebben ervoor gezorgd dat wij een vrij goede sociale zekerheid hebben. Als je alle grenzen van ons systeem voor iedereen openzet, moet je niet slim zijn om te beseffen dat we dan niet aankunnen. Ik ben van West-Vlaamse afkomst, misschien heeft dat ermee te maken, maar ik ga ervan uit: wie poten en oren heeft, moet bijdragen aan ons systeem, moet de handen uit de mouwen steken. Wie door ziekte en tegenslag buiten het systeem valt, moet worden geholpen. Maar het is onaanvaardbaar dat groepen mensen zeggen: wij werken niet, wij bedriegen de overheid. Dan help je mee aan het ineenstorten van de sociale zekerheid. Dan pas speel je mee in de kaart van de rechtse krachten. Als ik zou zwijgen, zou ik de 'rechtse' mensen pas echt groot maken. Wat is rechts aan problemen benoemen en aanpakken? In Antwerpen hebben we al lang geleerd dat je klachten van bewoners ernstig moet nemen en moet aanpakken. Is het dan zo sociaal om niet naar mensen te luisteren, gewoon omdat je ze een politieke voorkeur toedicht die misschien niet de uwe is? We proberen in Antwerpen een stad beter te maken, niet aan politiek te doen. Rechts en links hebben daar niets mee te maken. Bovendien komen de klachten over problemen in aandachtswijken vaak ook van allochtone bewoners en gezinnen. Die hebben er evenveel last van." Zijn de socialisten te lang te zwijgzaam geweest? "Ik denk dat die scheidingslijn van mensen die zulke dingen niet durven te zeggen bij alle partijen te zien is, zowel bij CD&V, de liberalen als de sp.a. Natuurlijk hebben wij daar veel discussies over. Vooral mandatarissen uit de grootstedelijke omgeving worden met de realiteit geconfronteerd en dan kun je niet langer zwijgen. Mijn strijd van de laatste weken is geen strijd tegen de migratie, integendeel. Ik heb tien jaar geleden al gezegd dat men veel beter over het migratiebeleid moest nadenken. Ik heb nu het gevoel dat men een laisser faire toepast. "Vande Lanotte heeft destijds het spreidingsplan gelanceerd. Ik ben absoluut niet tegen de asielprocedure, ik wil niet eens discussiëren over erkende vluchtelingen. Die zijn welkom, punt. Maar nu is toch duidelijk dat die federale maatregel niet gelijk loopt met de lokale draagkracht. Nu zegt men: asielzoekers, we hebben wat problemen gehad met de opvang, je mag je verspreiden, bij de OCMW's aankloppen en dan krijg je weer geld. Dat wekt de indruk dat als je in België maar lang genoeg wacht en al een asielaanvraag indient alles wel in orde komt. "Die gemakzucht geldt ook op andere terreinen. Neem nu het laten overkomen van partners. In Nederland moet men bewijzen dat men over een inkomen van 1.400 euro per maand beschikt vooraleer de familie mag overkomen. In België kun je zelfs je familie laten overkomen als je geen inkomen hebt. Wat zie je: veel Marokkaanse of Ghanese Nederlanders komen in België wonen om hun partner te laten overkomen. Sommigen werken hier, maar er zijn er ook die leven van een OCMW- of werkloosheidsuitkering. Bourgeois heeft deze week nog verkondigd dat de groep Nederlanders zo groot is in België. Ah ja, welke Nederlanders dan, denk je? "Er is geen regeling voor economische vluchtelingen. Dus doen ze er alles aan om hier te kunnen blijven. Schijnhuwelijken, heel wat illegalen maken een naïef meisje zwanger, kijken amper om naar dat kind, maar eisen wel dat ze in dit land mogen blijven omdat ze hier een kind hebben. Is dat zo sociaal om dat allemaal toe te laten? Ik kan mijn parler vrai ook alleen maar houden omdat ik socialist ben." Wordt u dat in dank afgenomen? "Ik ben een politicus, maar geen partijpoliticus. Ik ben niet bezig met een strategie van herverkiesbaarheid. Ik zou sneller beleid willen voeren, veel meer middelen willen hebben om dingen grootser te organiseren. Maar als je niet alles hebt, dan moet je discussiëren over de prioriteiten." Hoe socialistisch bent u? "Nog altijd erg socialistisch. Ik kom uit een rood nest uit Heist, Duinbergen. In mijn jeugdjaren ging ik bij de ABVV-jongeren en de Dolle Minabeweging. Ik heb nog altijd die combinatie in mij: hoe denken arbeiders en hoe verander ik dingen? "Mijn moeder kwam uit een christelijk bourgeoismilieu. Haar ouders waren tabaksfabrikanten. Tot haar achttiende zat ze op pensionaat. Ze had eigenlijk verder willen studeren. Maar na de oorlog was het sigarenrijk verpauperd. Haar ouders hadden al hun geld gestoken in de ziekenhuisopvang van haar broer die in een bommenkrater was gevallen. Haar broer stierf. Haar vader stierf op zijn 58ste van verdriet. "Ik ben door mijn moeder met ijzeren hand opgevoed. Mijn vaders pa was metselaar, zijn moeder een echt viswijf. Ze reed met de kar rond om vis te verkopen. Mijn vader werd uit het college van Blankenberge gezet omdat hij op zijn klompen naar school kwam. Zijn ouders hadden niet genoeg geld om schoenen te kopen. 'Die klompen maken te veel lawaai op het parket van de studiezaal. Jij hoort hier niet thuis', kreeg hij te horen. Hij is op zijn veertiende ook achter de viskar beginnen te lopen. Daarna is hij metselaar geworden. Na de oorlog werkte mijn moeder in een hotel op de Grote Markt van Blankenberge. Mijn ouders hebben elkaar ontmoet op het confettibal. Mijn vader had per ongeluk confetti in mijn moeders oog gegooid. Hij heeft die uit haar oog proberen te halen. Zo is het begonnen." Wat hebt u van uw ouders meegekregen? "Van mijn moeder mijn strengheid en mijn authenticiteit. Als je iets doet, moet het goed zijn, was haar motto. Van mijn vader zijn verantwoordelijkheidsgevoel en zijn inzet. Hij is tijdens de oorlog opgepakt om te gaan werken in Duitsland. Hij moest doden helpen begraven die verdronken waren tijdens het bombardement van de dam van de Möhnesee. Hij is met een groep jongens uit Blankenberge van Duitsland naar Frankrijk gevlucht. Een groot deel van die groep is door de Duitsers gefusilleerd, hij kon ontkomen. Toen hij na twee jaar weer thuiskwam, lag er een groot koekenbrood op het bed van zijn ouders. Hij begon ervan te eten. Zijn moeder zag hem na al die jaren terug, zag het halfopgegeten koekenbrood dat bedoeld was voor het communiefeest van zijn zus en gaf hem een oorveeg. Dat is een verhaal dat ik altijd onthouden heb. "Ik heb thuis vaak ruzies meegemaakt, waarvan ik pas later heb beseft dat het ging om een conflict van culturen. Mijn ouders kwamen uit een totaal verschillend milieu. Mijn moeder vond het belangrijk dat we goed studeerden en dat we ons best deden. 'Die wil van al haar kinderen professoren maken', kreeg ze vaak te horen van haar schoonmoeder. Op zondag werd de tafel gedekt met een tafelkleed en leerden we witte en rode wijn drinken. Bij mijn vaders familie zag ik taferelen die aan scènes uit Daens of boeken van Cyriel Buysse doen denken. Wij waren van de eersten die van vader zedenleer moesten volgen op de lagere school." Bepaalt die persoonlijke levensgeschiedenis uw houding nu? "Ik ben er zeker door bepaald. Als ik nu de klanten van het OCMW zie, zie ik hoe patronen zich herhalen van wat ik in mijn jeugdjaren meegemaakt heb in de familie van mijn vader: het kortetermijndenken, de houding ten opzichte van de kinderen, ten opzichte van het onderwijs. Wat ik soms ook voel opkomen, is mijn rebellie tegen de hypocrisie en tegen mensen die doen alsof ze heel belangrijk zijn. Ik kan niet tegen de neerbuigendheid van mensen die denken dat ze beter zijn dan een ander." Ook in de politiek? "Wat ik in de politiek gemist heb, zijn grote voorbeelden van vrouwen. Ik kan er weinig opnoemen. Miet Smet, zij was er wel een. Zij had een grote authenticiteit. Ik heb veel gehad aan Leo Peeters - ik heb nog op zijn kabinet gewerkt - en Jos Geuens (ooit provinciaal voorzitter van sp.a en ex-deputé). We hebben nooit samen in een soortgelijke functie gezeten, maar we zijn elkaar altijd blijven zien." Hebt u zich in politiek opzicht eenzaam gevoeld? "Ik ben destijds van Gent naar Antwerpen verhuisd. Dat maakte dat ik hier geen politiek netwerk had. Ik had hier geen familie, ik kende niemand. Dat was niet vanzelfsprekend. In een nieuw netwerk geraken is moeilijk. Men zegt wel dat een Antwerpenaar heel open is, maar dat is openheid op zijn Amerikaans. Echt binnengeraken bij de mensen is er moeilijk. In West-Vlaanderen zorgt iedereen ervoor dat hij een mooi huis heeft, mooi servies en mooie meubels, en dan nodig je mensen bij je thuis uit. In Antwerpen zorgen ze voor mooie kleren, een mooie auto en ze gaan uit. Het heeft een hele tijd geduurd voor ik hier bij iemand uitgenodigd werd. "Ik heb dat gemis aan een netwerk in Antwerpen heel erg gevoeld toen ik Tuur Van Wallendael leerde kennen. Tuur is altijd de man geweest die de socialisten in Antwerpen samenhield. Hij was de eerste in Antwerpen die me bij hem thuis uitnodigde. Hij kende van iedereen de zus, de broer, de beste vriend. Ik had die kennis van de achtergrond van anderen niet. Het is een nadeel dat je op latere leeftijd een heel nieuwe vriendenkring moet opbouwen. Maar wel een voordeel als je een organisatie zoals het OCMW moet veranderen. Ik kon objectief zijn. Ik weet dat ze mij in Antwerpen soms vierkantig vinden, niet rond genoeg in de omgang. Ze vinden dat ik te eigenzinnig en te principieel naar de dingen kijk. Antwerpenaren hebben meer joie de vivre: leven en laten leven. Ik ben misschien wat hoekig, ja." Schiet u goed op met de burgemeester? "Doordat mijn moeder uit een milieu van zelfstandigen komt en zijn ouders ook deel ik misschien wel het klantenperspectief en het ondernemerschap: wat is het probleem en hoe los ik dat op voor de mensen? Maar waar Patrick veel slimmer in is, is strategie. Hij is beter in voetbal. Ik zie een doel en een bal en schiet die bal er recht in. Misschien heeft het met mijn vrouw-zijn te maken. Een man speelt een bal door naar zijn teamspelers, ze spelen meer voor het spel." Uw vader heeft ooit onverwacht een oorveeg gekregen. Welke oorveeg kwam voor u onverwacht in uw carrière? "Nadat ik voorzitter was geworden van het OCMW, is die enorme schuldenput van de ziekenhuizen ontdekt. Bij het terugbetalen van die schulden, werd ook ontdekt dat er schulden in het OCMW zaten. Er werd een tuchtprocedure opgestart voor de ontvanger. Wat er toen allemaal geschreven en verteld is. Dat was een zeer pijnlijke periode. Ik heb zelf een persconferentie gegeven om te vertellen wat we ontdekt hadden en duidelijk te maken dat ik die zaken wilde aanpakken. Maar er werd veel geïnsinueerd rond mijn persoon. "Het meest kwetsende was dat men dacht dat ik machtsspelletjes speelde, terwijl ik op netwerken botste waarvan ik het bestaan niet eens afwist. Plots ontdekte ik dat er rond dat probleem machtsnetwerken zaten, mensen die bang waren voor hun positie en die niet wilden dat er hier in Antwerpen iets veranderde. Ik heb toen geleerd dat het beter is niet te veel vijanden in een keer te maken. Want op zulke momenten vinden al je vijanden elkaar en beginnen ze de poten van onder je stoel te zagen. En elk kiest zijn eigen poot." Wie waren dat dan? "Als ik dat nu zeg, beginnen ze opnieuw. Je zult moeten wachten op dat antwoord tot ik met pensioen ga. "Je moet bondgenoten hebben, anders ga je ten onder. Mensen vinden veranderingen niet zo aangenaam, bedreigend zelfs. Daar heb ik mee leren omgaan. Als men mij op voorhand had gezegd hoe moeilijk de situatie hier zou worden, dan was ik er nooit aan begonnen. De OCMW-ziekenhuizen waren eigenlijk failliet, er werkten zesduizend mensen. Ik heb er nachten van wakker gelegen: hoe kan ik die ziekenhuizen redden? Het pijnlijke was dat bepaalde groepen bij de geneesheren, de verpleging en bepaalde delen van de vakbonden hun machtspositie niet kwijt wilden. Maar ik moest op lange termijn denken. Toen heb ik geleerd dat definitief de knoop doorhakken een zeer eenzame bezigheid is. Ik ben zeer direct in mijn communicatie, ik zeg het als iets mij niet zint, maar je zult van mij geen mes in de rug krijgen." Iedere politicus weet dat hij de messenslijpers op voorhand moet kennen. "Hou ouder ik word, hoe duidelijker ik het zeg, zowel in mijn persoonlijk als in mijn professioneel leven: 'Als je iemand beter vindt, moet je maar iemand beter nemen.' Dat zeg ik zelfs tegen mijn man." En? "Dat heeft hij tot nog toe niet gedaan." Ik weet dat ze mij in Antwerpen soms vierkantig vinden, niet rond genoeg in de omgang. Of dat ik te eigenzinnig en te principieel naar de dingen kijk. Antwerpenaren hebben meer joie de vivre, zoiets van leven en laten leven. Ik ben misschien wat hoekig, ja Wat is rechts aan problemen benoemen en aanpakken? Is het dan zo sociaal om niet naar mensen te luisteren, gewoon omdat je ze een politieke voorkeur toedicht die misschien niet de uwe is? We proberen in Antwerpen een stad beter te maken, niet aan politiek te doen |